Daar waar de partner van een dga op de loonlijst staat, wordt vaak aangenomen dat er geen verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen bestaat. De gedachte is dat binnen een huwelijk of relatie de persoonlijke band overheerst en dat er daarom geen sprake kan zijn van gezag. Dit idee is sinds het arrest van de Centrale Raad van Beroep uit 2016 achterhaald.
Tot die tijd werd doorgaans aangenomen dat tussen echtgenoten in beginsel geen gezagsverhouding bestaat. De CRvB maakte echter duidelijk dat een familierelatie niet doorslaggevend is. Ook tussen echtgenoten kan gewoon een arbeidsovereenkomst bestaan. De familieband telt mee, maar vormt slechts één onderdeel van de beoordeling.
Dit betekent dat opnieuw getoetst moet worden aan de drie klassieke criteria: arbeid, loon en gezag. Over arbeid en loon ontstaat bij meewerkende partners zelden discussie. Uiteindelijk draait het om de vraag of er een gezagsverhouding is. Daarbij is niet beslissend of daadwerkelijk instructies worden gegeven, maar of daartoe de bevoegdheid bestaat.
Uit onze praktijk bleek in een recent geschil met de Belastingdienst dat de dga en zijn partner de onderneming feitelijk samen runden. Grote investeringen werden gezamenlijk besproken en strategische keuzes werden samen gemaakt. Er was volgens ons geen sprake van ondergeschiktheid, wat alsnog door de fiscus werd erkend. In deze situatie ontbrak dus het gezag en ook de verzekeringsplicht.
In veel familiebedrijven lopen liefde en ondernemerschap door elkaar. Aan de keukentafel worden investeringsbeslissingen genomen, tijdens vakanties worden strategische plannen gesmeed en tussen de bedrijven door worden personeelszaken besproken. Hoe hecht de relatie ook is, bij de beoordeling van de arbeidsverhouding kijkt de Belastingdienst naar de juridische feiten, niet naar gevoelens of hartstocht.