Vrijstelling overdrachtsbelasting geldt alleen bij bedrijfsmatige exploitatie
Bij de overdracht van onroerende zaken is in principe overdrachtsbelasting verschuldigd. De verkrijging (aankoop) van cultuurgrond is vrijgesteld, indien deze grond gedurende een periode van minimaal tien jaar duurzaam, bedrijfsmatig ten behoeve van de landbouw in stand wordt gehouden of wordt geëxploiteerd. Indien die periode korter is dan tien jaar, is de koper alsnog overdrachtsbelasting verschuldigd.
In een hoger beroepszaak voor het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch draaide het om de vraag of terecht een beroep was gedaan op de vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Een BV kocht een tweetal percelen landbouwgrond. Het ene perceel werd doorverkocht aan een akkerbouwer, het andere perceel werd aan diezelfde akkerbouwer verpacht. De akkerbouwer had een akkerbouwbedrijf met ca. 8 hectare, waarop suikerbieten en granen werden geteeld. Daarnaast had hij een fulltime dienstbetrekking. De inkomsten uit het akkerbouwbedrijf gaf de akkerbouwer aan als resultaat uit overige werkzaamheden (en dus niet als winst uit onderneming).
Anders dan de rechtbank oordeelde het hof dat er geen sprake kon zijn van een bedrijfsmatige exploitatie, indien de activiteiten van de gebruiker van de grond niet waren aan te merken als een onderneming. Er is volgens het hof alleen sprake van een bedrijfsmatige exploitatie als met een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid aan het maatschappelijk productieproces wordt deelgenomen met het oogmerk om daarmede winst te behalen.
De belastinginspecteur had daarom terecht een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd aan de BV.


